geselecteerd als gefixeerd bericht
Welkom
Welkom op de site van molen De Vier Winden te Monster.
Welkom
Welkom op de site van molen De Vier Winden te Monster.
Dit is samen met Oosterland een van de mooiste baarden van Nederland, een baard is een bord waar meestal het bouwjaar en de naam van de molen op staan.
Dit is een as, dat is een lange balk (van ijzer) die weer kammen op staven alles aandrijft. De as+kap komen waarschijnlijk uit een molen van de Hoekse Waard, zeer waarschijnlijk Heienoord.
De molen straalt hier weer met zijn nieuwe zeilen.
We beginnen bij 2004: In april-mei 2004 zijn grote delen van het hekwerk vernieuwd en zijn de roeden doorgehaald. De molen was een dag voor NMD 2004 gaan proefdraaien met 2 volle. De andere dag kon de molen dus gewoon weer meedoen met NMD 2004! 2005: Begin 2005 is de muur ontdaan van het stucwerk van de muren, mede doordat de muur zeiknat was, het was net een spons. En er zaten tevens vele grote scheuren. Zomer 2005 is het houtwerk aangetast tegen houtworm (en bonte knaagkever ?). Inmiddels is de muur erg droog. 2006: Er staat op het plan: De ramen en deuren vernieuwen. 2007: Nu begint het grote werk. De molen zal (waarschijnlijk) in de steigers staan voor het voegen van de molen. Binnenin zal het stucwerk weer aangebracht worden en scheuren gepleisterd (?). Ook zullen er diverse balken worden vernieuwd, en de molen zal zijn oude kleur terugkrijgen. Het stellinghek is nu geel, dat zal wit met donkergroen worden. De rest van de molen zal ook een nieuw verfje krijgen.De molen zal van 1 jan. 2006 – 1 aug. 2006 stilstaan.
Muldertje
Technische gegevens
Naam: Molen de Vier Winden
Bouwjaar: 1882
Type: Ronde stenen stellingmolen
Functie: Korenmolen; 3 koppels stenen
Eigenaar: De gemeente Westland sinds 2005, daarvoor gemeente Monster sinds 1957
Molenaars: Gerard Barendse, Garrit Hendriks en Rob Potter
Openingstijden: Als de molen draaid
Constructie:
Romp: Ronde stenen molen
Kap: Gedekt met dakleer
Wiekenkruis: Gelaste stalen roede, Fabr. Derckx, Beegden
binnenroede: nr: 590
buitenroede: nr: 589 (beide uit 1982)
Vlucht: 23 m
Wiekvorm: Oudhollands
Bovenas: Gietijzer, Fabr. F.J. Penn & Comp, Dordrecht 1859 no.124 ; lang 4,60 m.
Kruiwerk: 18 houten en 18 ijzeren rollen : kruirad
Vang: Losse Vlaamse blokvang uit 4 stukken : wipstok
Inrichting: 1 koppel 16der blauwe maalstenen, 2 koppels 16der kunstmaalstenen
Luiwerk: sleepluiwerk
Aan de Molenweg op de hoek met de Haagweg staat sinds jaar en dag de uit 1882 daterende korenmolen van Monster. Lang voor 1882 stond hier op dezelfde plaats een molen. Op 17 september 1311 gaf de eigenaar van die molen, Diederic van der Wale, de molen met het windrecht te Voswijk aan zijn neef Jan I van Polanen in leen. De exploitatie van de korenmolen, met het daaraan verbonden windrecht, was voor Jan I van Polanen een grote inkomstenbron: iedereen in het toen grote ambacht Monster was namelijk verplicht zijn graan op deze molen te laten malen.Toen de bezittingen van de Polanens in 1404 op de graven van Nassau overgingen, waren zij het die de molen in achterleen uitgaven tegen bedragen die varieerden van 50 tot 100 pond per jaar. Omstreeks 1600 had de graaf van Aremberg de molen in leen van Prins Maurits, daarna Mr. Johan van Hoof, die op 23 mei 1620 de molen overdroeg aan Gerrit Janszoon. Prins Maurits ging akkoord met deze overdracht, waarna Gerrit Janszoon zich Gerrit Janszoon van Voswijk ging noemen. In 1676 bleek Cornelis Corneliszoon van Veen de molenaar te zijn. Zijn weduwe gebruikte de molen nog in 1695, maar omstreeks 1700 kwam Hendrik Holierhoek Pleunzoon op de molen, in 1747 opgevolgd door Teunis van der Knijff. Daarna was Cornelis Kouwenhoven molenaar en vervolgens Jeremias Kouwenhoven, die de molen op 7 mei overdroeg aan Huybert Burgersdijk, een molenaarszoon uit ‘s S-Gravenzande.
Uit de oude verpondingboeken blijkt dat de molen als belastingobject ook belangrijk was. In 1610 werd de molen aangeslagen voor 63 gulden en 5 stuivers, naar huidige maatstaven een flink bedrag. In 1622 was dit 83 gulden en tien stuivers. Enkele jaren later werd dit bedrag verlaagd tot 66 gulden en in 1635 werd dit zelfs 41 gulden en 10 stuivers. De “Gouden eeuw” was voor de Monsterse molenaar dus niet zo’n gouden periode. In 1695 werd de molen weer aangeslagen voor 91 gulden en 10 stuivers; Met de Monsterse economie ging het toen weer wat beter, met name door de opkomst van de tuinbouw en doordat de ‘ontvolking’ tot staan was gebracht. In de twintigste eeuw leed de molen een kwijnend bestaan. de eigenaar de heer H.J. t Hoen diende in de jaren 1930 en 1931 een eis tot schadevergoeding in bij de gemeente, omdat bij de molen een woonwijk was gebouwd en hij naar zijn mening werd belemmerd in zijn windrecht. Het protest leidde tot niets, waarna ‘t Hoen de molen verkocht aan de gebroeders Langeveld te Loosduinen. Zij stelden de molen buiten gebruik en verkochten die met de bijbehorende gebouwen in 1957 aan de gemeente Monster. Na verschillende restauraties is de molen weer regelmatig in bedrijf. Vanaf 1983 wordt hij bemalen door leden van het Gilde van Vrijwillige molenaars.